Beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig overeengekomen per WhatsApp?

 

Kantonrechter Zwolle d.d. 12 maart 2019, zaaknummer: 7484256 EJ VERZ 19-27

 

Ja. In deze zaak vond de rechter dat de beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig was overeengekomen per WhatsApp.

 

Met de medewerker in onderhavige kwestie (sinds 1 december 1981 in dienst) zijn al in 2012 en 2015 verkennende gesprekken gevoerd over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn er destijds niet uitgekomen omdat de ontslagvergoeding door werknemer te laag werd bevonden. Eind 2017 / begin 2018 hebben partijen opnieuw gesproken over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Werkgever had naar aanleiding hiervan een voorstel uitgewerkt aan de hand van de zogenoemde opstapgregeling. Werknemer ging hiermee niet akkoord waarna werkgever een voorstel (beëindigingsovereenkomst) heeft uitgewerkt aan de hand van de Tijdelijk Ouderdoms Pensioen (TOP)-regeling. Over het voorstel in dit kader van 30 april 2018 heeft werknemer met de regiodirecteur van werkgever telefonisch gesproken op 12 of 18 mei 2018. Aan zijn direct leidinggevende heeft werknemer per Whatapp op 18 mei 2018 laten weten dat hij het laatste voorstel accepteert. Op 15 juni 2018 heeft werkgever vervolgens een door haar ondertekende beëindigingsovereenkomst aan werknemer toegestuurd die overeenkomt met de concept beëindigingsovereenkomst van 30 april 2018 waarmee werknemer akkoord was. Werknemer heeft de overeenkomst nooit geretourneerd.

 

Tussen partijen is in geschil of overeenstemming is bereikt over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en of de beëindigingsovereenkomst schriftelijk is aangegaan.

 

Overeenstemming bereikt?

Volgens vaste rechtspraak moet uit verklaringen of gedragingen van werknemer blijken of sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige instemming met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelt vast dat partijen al langere tijd met elkaar in gesprek waren over een beëindiging van het dienstverband. Er waren meerdere voorstellen gedaan, waarbij vooral de hoogte van de financiële vergoeding terugkerend onderwerp van debat was. Vanaf 30 april 2018 beschikte werknemer over de laatste concepttekst van de beëindigingsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat werkgever erop mocht vertrouwen dat werknemer met zijn telefoongesprek op 12 of 18 mei 2018, in combinatie met zijn WhatsApp-bericht van 18 mei 2018, heeft ingestemd met deze overeenkomst. Tijdens het telefoongesprek heeft hij in ieder geval laten weten dat hij instemt met de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 januari 2019, te weten de financiële vergoeding en de vrijstelling van arbeid per 1 oktober 2018. De kantonrechter stelt dat WhatsApp een vluchtig medium is –  al worden de conversaties zowel lokaal als in de cloud bijgehouden – maar dat werknemer ten tijde van het opstellen van het bericht op 18 mei 2018 niet onder enige (tijds)druk stond. Het moet daarom worden aangenomen dat werknemer welbewust en weloverwogen aan zijn leidinggevende kenbaar heeft gemaakt dat hij richting de clusterdirecteur heeft aangegeven akkoord te gaan met het laatste voorstel. Hiermee is een duidelijke en ondubbelzinnige instemming met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gegeven.

 

Werknemer heeft voorst geen voorbehoud gemaakt bij zijn instemming met de beëindigingsovereenkomst. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de bedenktermijn.

 

Overeenkomst schriftelijk gesloten?

In artikel 7:670b lid 1 BW is bepaald dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, slechts geldig is indien deze schriftelijk is aangegaan. De ondertekening van de overeenkomst kan in dit verband dienstig zijn, maar is geen wettelijk vereiste. In dit geval is een concept beëindigingsovereenkomst verstrekt waarover werknemer heeft kunnen nadenken in zijn vakantie. Daarmee wordt aan de waarborgfunctie van een schriftelijke beëindigingsovereenkomst voldaan. Verder heeft werknemer via een WhatsApp-bericht op 18 mei 2018 laten weten in te stemmen met de beëindigingsovereenkomst en heeft hij dat bericht bevestigd op 15 juni 2018. Daarmee is volgens de rechter ook aan de rechtszekerheidsfunctie van het schriftelijkheidsvereiste voldaan. De instemming met de beëindigingsovereenkomst is immers voor beide partijen te raadplegen.

 

Beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig overeengekomen

De beëindigingsovereenkomst is derhalve volgens de rechter rechtsgeldig overeengekomen.

 
Wilt u meer weten over een beëindigingsovereenkomst of heeft u een andere vraag? Neem gerust contact op voor een gratis kennismakingsgesprek via: +31 6 46 00 89 98 of kim@kvbadvocatuur.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *